Begrijpend lezen

Begrijpend lezen

Begrijpend lezen: Kernwoorden, Samenvatten, Wie-wat -waar-waarom-waardoor?

(ook voor ouders)

Leesstrategieën: Doel bepalen, Plaatjes gebruiken, Stukje terug, Stukje verder, Vragen stellen, Visualiseren, Samenvatten


– Activeren van voorkennis

– Woordbetekenis

– Betekenis afleiden uit omringende tekst

Signaalwoorden (Bijv. bovendien, maar, daarom)

– Figuurlijk taalgebruik begrijpen

– Het hoofdonderwerp herkennen (thema)

Hoofdgedachte en details (hoofd- en bijzaken)

– Hoofdpersonen herkennen

Samenvatten

– In schema brengen van informatie

– Opeenvolging van gebeurtenissen

– De opbouw van de tekst begrijpen

–Onderscheid tussen feit en mening herkennen

– Publiek van de tekst herkennen

– Vertelperspectief herkennen

– De rangschikking van de informatie herkennen
(bijv. alfabetisch, op onderwerp, op plaatsnaam enz.)

– Relaties tussen tekstdelen

Verwijzingen binnen de tekst
-> Oorzaak-gevolg
-> Middel-doel

– Tekstsoort herkennen:
-> Informatieve tekst (feiten)
-> Betogende tekst (feiten/argumenten + mening)
-> Instructieve tekst (uitleg)
-> Fictieve tekst (bedacht verhaal)

– Tekstsstijl herkennen:
-> Verslag van een gebeurtenis
– >Bericht gericht aan één of meerdere personen
-> Gedicht
-> Interview
-> Monoloog
-> Dialoog
-> …

– Doel van de schrijver herkennen:
-> Aan de lezer feitelijke informatie doorgeven
-> Aan de lezer zijn mening laten weten
-> De mening van de lezer beïnvloeden
-> Een verzonnen verhaal vertellen


Leesstrategieën:

Schrijfdoelen en teksten:

Publieksgerichtheid:

Tekstopbouw: Tekstindeling en Tekststructuren:


* Specifieke oefeningen:
– Zinnen in juiste volgorde plaatsen
– Eerste zin herkennen
– Weggelaten woord(en) in tekst plaatsen
– Passende titel/kop bedenken (=korte samenvatting)


Toetsvragen beantwoorden:

* Bedenken:
– Wat wordt er precies gevraagd?
– Op welke manier moet ik daarop antwoord geven?
– Welke genoemde gegevens heb ik nodig voor het goede antwoord?
– Welke eigen kennis en vaardigheden heb ik nodig voor het goede antwoord?

* Maken:
– Overzichtelijk werken.
– Benodigde gegevens nauwkeurig gebruiken.
– Eigen kennis en vaardigheden nauwkeurig gebruiken.

* Controleren:
– Klopt mijn antwoord echt bij deze vraag?
– Kan ik uitleggen hoe ik aan mijn antwoord kom?


Studerend lezen –> Zie studievaardigheden (Wereldoriëntatie)

(Nog in aanbouw)